spacer

Ons verhaal

Een korte geschiedenis van het ICAF

Het International Community Arts Festival (ICAF) begon in 2001, toen Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa was. De organisatoren van dit high-profile evenement hadden het Rotterdams Wijktheater een beperkt budget aangeboden om een internationaal community theater festival te organiseren. Het was een tijd in Nederland waarin termen zoals culturele diversiteit en kunstparticipatie genoemd begonnen te worden in kunstbeleid en culturele debatten. Voor het Wijktheaterwaren deze vraagstukken echter verre van nieuw. Het theatergezelschap maakte al sinds 1992 theaterproducties voor, met en door bewoners van Rotterdamse wijken. En lang daarvoor hadden de oprichters, Peter van den Hurk en Annelies Spliethof, vergelijkbaar werk gedaan in het oosten en zuiden van Nederland. Net als hun collega’s van Stut Theater in Utrecht, de andere Nederlandse community arts pionier, hadden ze hun roots in geradicaliseerde toneelscholen en de geëngageerde kunstwereld van de late jaren 60 en vroege jaren 70.

Het eerste festival in 2001 introduceerde de Engelse term ‘community theatre’ in Nederland. Het bood ook een relatief breed publiek de mogelijkheid om vertrouwd te raken met wat dat zou kunnen zijn door middel van debatten, lezingen en live voorstellingen op de podia van Theater Zuidplein. Deelnemende gezelschappen kwamen uit Brussel, Antwerpen, Berlijn, Londen en Los Angeles.

Het tweede festival in 2003 richtte zich op de methodologieën waarmee community theatre gemaakt en geproduceerd kon worden. Deze keer was het evenement een mix van discussies, workshops waarin gasten hun methodes demonstreerden (of daarover spraken), gevolgd door voorstellingen in de avond, waaronder door gezelschappen uit Lima, Soweto, the Bronx (New York) en Europa.

Het derde festival in 2005 was het laatste in een serie die exclusief gericht was op theater. Tegen deze tijd was de term ‘community art’ daadwerkelijk geland in Nederland en de praktijk verspreidde zich in hoog tempo door heel het land. Het was een trend die niet langer genegeerd kon worden. De 2005 editie van ons evenement omvatte dan ook experimentele versies van elementen die we verder zouden ontwikkelen in latere edities van het festival: informele talkshows, uitgebreide en meer interactieve workshops, en onze eerste artist-in-residency. We waren niet langer tevreden om alleen verbaal of visueel het werk te presenteren; we wilden iets achter laten dat zou voortduren. Het samen creëren van werk binnen de contouren van het festival leek een productieve manier om precies dat te doen. Naast het toevoegen van andere kunstvormen, lieten we daarbij na 2005 ook ons tweejarig ritme los. Dit hoge ritme legde namelijk een te grote druk op de schouders van onze collega’s van het Rotterdams Wijktheater. Zij maakten ieder jaar al drie originele participatieve toneelproducties en iedereen die bekend is met ons vakgebied weet hoe intensief en onvoorspelbaar dit werk kan zijn.    

Na drie festivals lang als informele adviseur van Peter van den Hurk te hebben opgetreden, werd Eugene van Erven in 2008 officieel programmeur van het festival. De openingsavond van het 2008 festival, welke nu voor het eerst de naam ICAF droeg, was een doorslaand succes. De eerste voorstelling van het festival, een grootschalige show waarbij circa honderd deelnemers bij betrokken waren om het 100jarig bestaan van voetbalclub Feyenoord te vieren, vulde de grote zaal van Zuidplein tot de nok met voetbal supporters gemixt met festivalbezoekers van over de hele wereld en televisieploegen in de gangpaden. De rest van het festival was al even geslaagd. Voor de eerste keer was het ons gelukt om community arts uit bijna alle continenten te presenteren. We hadden gasten uit Azië, Afrika, Zuid-Amerika, Noord-Amerika en Europa. We lukte ons ook om andere kunstvormen bij het festival te betrekken, zoals film, muziek, circus, beeldende kunst en dans. In ieder festival leven en leren we, ook van de feedback van onze gasten, en 2008 was in dat opzicht een bijzonder rijk jaar. Het was ook het laatste festival onder leiding van Peter van den Hurk, die in 2010 met pensioen ging. En het was het eerste festival waarin Eugene van Erven het geluk had om samen te werken met Anamaria Cruz als producent. Sindsdien vormen ze een onafscheidelijk team. In veel opzichten belichaamd Anamaria de geest van het ICAF: de lach, de warmte, de interculturele communicatie, het improvisatievermogen en haar organisatorische vaardigheden, de kunst om van één euro er honderd te maken, en een onbegrensde vastberadenheid om kosten wat het kost de onvoorstelbare plannen die we bij elkaar dromen waar te maken.      

In 2011 brachten we onze interdisciplinaire en internationale ambities naar een nieuw niveau. Twee weken voor het festival organiseerden we bijvoorbeeld vijf artist-in-residencies in verschillende wijken. Deze omvatten kunstdisciplines die nog relatief onderontwikkeld waren in de Nederlandse community art sector. Dance United uit Engeland, bijvoorbeeld, werkte samen met een groep jongeren uit Moerwijk in Den-Haag. Ze creëerden een spectaculaire moderne dansvoorstelling. Zweedse choreografe Paloma Madrid van Bottkyrka Community Theatre werkte samen met lokale deelnemers om eensite-specific dansvoorstelling te maken in iemands woning. En Favela Força uit Rio de Janeiro kwam met spelers, een theaterregisseur en een video kunstenaar om met Kaapverdische en Caribische jeugd uit Rotterdam te werken aan een muzikale multimedia voorstelling. Kunsttentoonstellingen, concerten (met de Allstar Refjudzjj Band uit Praag), workshops, seminars (met professor Jan Cohen-Cruz uit de Verenigde Staten), een interactieve koor recital (met Merlijn Twaalfhoven), en allerlei soorten shows (inclusief indrukwekkende Aboriginal voorstellingen uit Australië en Canada) maakten het plaatje compleet. Achteraf gezien is 2011 een keerpunt geweest voor het ICAF. Meer dan ooit veroorzaakte het festival een buzz die bezoekers van ons evenement meenamen naar huis en daar doorgaven aan hun eigen netwerk. Een gevolg was dat we vanuit heel de wereld verzoeken en aanvragen ontvingen, wat weer leidde tot nieuwe contacten in plaatsen als Portugal, Spanje, en Franstalig Afrika. Een van de suggesties die we na ICAF-5 ontvingen, was om meer ruimte te maken voor verschillende vormen van gesprek naast de meer academische seminars. Iemand anders daagde ons uit om als festival zichtbaarder te worden buiten Theater Zuidplein, in de straten van Rotterdam. Vanaf daar was het geen grote stap om ‘ruimte’ als ons thema te nemen voor ICAF-6.  

Met ‘ruimte’ als ons thema, hebben we in 2014 meer dan ooit evenementen in de buitenruimte geprogrammeerd: een Aboriginal storytelling voorstelling door Debaj uit Canada op een van de werven van de haven, een kleurrijke en muzikale straatparade gemaakt samen met lokale deelnemers onder leiding van Catalina García van Barrio Comparsa uit Colombia, en een volledig functionerende broodoven gebouwd ter plekke van losse bakstenen gebouwd door Peter Schumann van Bread & Puppet. We beschouwden ‘ruimte’ niet alleen in de geo-fysieke zin, met site-specific voorstellingen en community arts in de openbare ruimte, we beschouwden ‘ruimte’ ook in de zin van representatie: kunst met, voor en door onder-gerepresenteerde groepen die zich willen uitdrukken op eigen voorwaarden en in hun eigen stem, lichaamstaal en culturele smaak, of die zich lieten vertegenwoordigen door professionals om het zo respectvol mogelijk voor hen te doen. Oudere Caribische vrouwen uit Bristol, ingezetenen van de Quatre Camins gevangenis buiten Barcelona en mentaal-uitgedaagde poppenspelers uit Polen behoren tot deze categorie. We beschouwden ‘ruimte’ ook in termen van het huidige culturele debat over de sociale relevantie van kunst. We wilden onderzoeken wat een legitieme plaats voor community arts in de maatschappij en in het culturele veld zou kunnen zijn. Nauw verbonden met deze vraag is ICAF’s vaste overtuiging dat krachtige, mooie, ontroerende en verontrustende community arts producten niet beperkt moeten blijven tot platformen in de perifere buurten alleen, maar dat dit werk ook de reguliere kunstconsumenten zou moeten bereiken zodat andere perspectieven en weinig gehoorde stemmen en accenten ook een platform krijgen in het centrum van de samenleving. Daarbij komt dat de participatieve processen die deze ongebruikelijke kunst voortbrengen creatieve ruimte in de geest openen, de verbeelding stimuleren, betrokkenen in contact brengen met verschillende manieren van zijn, en ze helpen alternatieven voor de huidige realiteit te bedenken. Zonder overdrijven kun je stellen dat community art processen de creatieve laboratoria voor de toekomst zijn.    

ICAF zelf is ook een soort laboratorium. We experimenteren, we onderzoeken, we reflecteren, we slagen, we falen en als we dat doen proberen we de volgende keer altijd ietsje beter te falen. Onze artist-in-residencies en workshops zijn misschien het beste voorbeeld hiervan. In 2014 hadden we drie residencies die we ontwikkelden in samenwerking met CAL-XL, een Nederlandse nationale netwerk organisatie voor community art. De residencies werden onder andere ingevuld door multimedia kunstenaar Ludmila Horňákova uit Kosice, Slowakije en choreograaf Filip van Huffel van Retina Dance Company. Op ICAF-6 maakten we ook ruimte voor het delen van overdraagbare methodologieën. In Nederland en op andere plaatsen zijn community arts projecten geneigd om afhankelijk te zijn (en te blijven) van geschoolde kunstenaars. Maar als cultuur een basisrecht is van ieder mens, zoals vele geloven, dan is het de moeite waard om te kijken naar manieren om deze mate van afhankelijkheid te verminderen. Om die reden hebben we uitnodigingen verstrekt aan Insightshare, de wereldleider op het gebied van participatieve video, en aan de Philippines Educational Theatre Association, één van de belangrijkste wijktheatergezelschappen in Azië, om hun methoden over hands-on training te demonstreren.  

Zoals je kunt zien, is ICAF een tijdelijke school, een lab, een ontmoeting, een seminar, een maaltijd, een dans, een moveable feast, en inderdaad, ook zeker een festival in de feestelijke betekenis van het woord, zowel voor binnen- als buitenstaanders. We hebben duidelijk een geschiedenis. We zijn verbonden aan een wereldwijde cutting edge en zeer relevante kunstbeweging. We hopen, ten slotte, dat onze woorden en beelden je genoeg intrigeren om er meer over te weten te willen komen op ons volgende ICAF in 2017. Weet dus dat je van harte welkom bent.